Calcium
Het mineraal calcium (kalk) geeft stevigheid aan het skelet en gebit. Ook is calcium nodig voor het goed functioneren van de spieren en voor het geleiden van prikkels naar de zenuwen. Calcium is verder onder andere betrokken bij de bloedstolling, de celgroei en de hormoonstofwisseling.
Calcium komt vooral voor in zuivelproducten zoals melk en kaas. Brood, groenten, peulvruchten en aardappelen bevatten veel minder calcium dan zuivelproducten, maar dragen wel bij aan de totale calciumvoorziening.
Calcium is een bouwstof voor de botten. Kinderen hebben, afhankelijk van de leeftijd, 500 tot 1200 mg calcium per dag nodig, volwassenen gemiddeld 1000 mg en boven de 50 jaar 1200 mg. Meer calcium gebruiken is niet nodig; dit heeft geen extra, positief effect op de botten. Meer dan 2500 mg calcium per dag kan zelfs nadelige effecten hebben. Een gevarieerde voeding, met gemiddeld per dag twee tot drie porties melk en melkproducten en één à twee plakken kaas, bevat voldoende calcium.
De opname van calcium door het lichaam wordt beïnvloed door een aantal factoren. Zo zorgen voldoende beweging en voldoende vitamine D voor een verhoogde opname. Te weinig beweging en vitamine D doen de opname dalen. Daarnaast nemen oudere mensen calcium minder goed op. Bij vrouwen hebben de hormonale veranderingen tijdens de menopauze een negatief effect op de calciumopname. Alcohol zorgt ook voor een verminderde opname van calcium.
De maximaal veilige dosis voor calcium is 2500 mg/dag. Dit komt ongeveer overeen met twee liter melk. Bij de veilige dosis gaat het om een gemiddelde waarde, waarbij een ruime marge is genomen. Dit betekent dat éénmalige of kortdurende overschrijding van de maximaal veilige dosis geen direct gevaar oplevert.
Een teveel aan calcium verstoort de opname van ijzer, zink, magnesium en fosfor. Ook kunnen er nierstenen ontstaan en kan de botopbouw in het gedrang komen, waardoor botten zwakker worden.
Bij zuigelingen kan bij een tekort aan calcium spierkramp ontstaan. Bij ouderen kan een te lage calciuminname leiden tot osteoporose (botontkalking). Wanneer calcium door een tekort aan vitamine D niet voldoende wordt opgenomen, kan osteomalacie (beenverweking) ontstaan.
Andere gevolgen van een tekort aan calcium zijn een vertraagde bloedstolling en - bij een ernstig tekort - spierkrampen.
Hoeveelheid calcium in enkele voedingsmiddelen
Calcium zit vooral in melk en melkproducten (zoals yoghurt, vla en kwark) en kaas. In mindere mate zit het ook in brood, groente, peulvruchten en noten:
|
1 beker melk* (225 ml)
|
270 mg
|
|
1 beker karnemelk (225 ml)
|
260 mg
|
|
1 schaaltje yoghurt* (150 ml)
|
185 mg
|
|
1 schaaltje vla (150 ml)
|
130 mg
|
|
1 schaaltje kwark (150 ml)
|
190 mg
|
|
1 plak Goudse 48+-kaas (20 gram)
|
160 mg
|
|
1 snee volkorenbrood (35 gram)
|
10 mg
|
|
1 opscheplepel gekookte groente (50 gram)
|
25 mg
|
|
1 opscheplepel bruine bonen (60 gram)
|
20 mg
|
|
20 gram gemengde noten (20 gram)
|
15 mg
|
*Het maakt voor de hoeveelheid calcium niet uit of het magere, halfvolle of volle melk of yoghurt is. Wie niet van melk houdt, kan er ook chocolademelk of anijsmelk van maken of een extra portie yoghurt nemen.
- Helpt osteoporose voorkomen en de klachten in het beginstadium hiervan te behandelen.
- Kan kanker helpen te voorkomen.
- Wordt gebruikt tegen hoge bloeddruk.
- Voorkomt hartklachten.
- Wordt gebruikt tegen artritis.
- Houdt de huid gezond.
- Verlicht spierkramp in de benen.
- Bevordert een regelmatige en krachtige hartslag.
- Helpt het lichaam bij de ijzerstofwisseling.
- Nodig voor het doorgeven van zenuwimpulsen en spierfuncties.
- Kan kanker helpen te voorkomen.
- Wordt gebruikt tegen hoge bloeddruk.
- Voorkomt hartklachten.
- Wordt gebruikt tegen artritis.
- Houdt de huid gezond.
- Verlicht spierkramp in de benen.
- Bevordert een regelmatige en krachtige hartslag.
- Helpt het lichaam bij de ijzerstofwisseling.
- Nodig voor het doorgeven van zenuwimpulsen en spierfuncties.